Vennootschap onder firma

(externe verhouding der vennoten tot derden)




Naam en woonplaats van een vennootschap onder firma

Wanneer twee of meer personen gezamenlijk een bedrijf uitoefenen, spreken we van een vennootschap onder firma. De naam waaronder de vennootschap onder firma aan het rechtsverkeer deelneemt, kan zijn de geslachtsnaam van één der (gewezen) vennoten, een combinatie van hun geslachtsnamen dan wel een fantasieaanduiding. Bij de vennootschap onder firma ziet men veelal dat aan de geslachtsnaam van één der (gewezen) vennoten een bepaalde aanduiding wordt toegevoegd, die aan de onderneming het kenmerk van gemeenschappelijkheid geeft. Men denke hier aan toevoegingen als Fa. (familie), Gebr. (gebroeders), de Erven (erfgenamen), & Co (en compagnon) of & Zn (en zonen). Ook is het gebruikelijk om de naam van de vennootschap te vergezellen van de afkorting v.o.f. of van het woordje 'firma'. Verplicht is dit alles niet. Nergens eist de wet dat in de naam van de vennootschap onder firma op enigerlei wijze de rechtsvorm tot uitdrukking wordt gebracht. Men kan dan ook niet met zekerheid uit de naam van een bedrijf afleiden of men al dan niet met een vennootschap onder firma van doen heeft. De naam 'Rabelinck & Metsiers, speelgoedhandelaren' lijkt op een vennootschap onder firma te duiden. De rechter heeft - ondanks het verbod in art. 4 lid 2 Hnw - echter uitgemaakt dat onder bepaalde omstandigheden ook een éénmanszaak een namencombinatie mag voeren (HR 14 augustus 1951, NJ 1951, 550). De naam 'Firma Waals Brandstoffen' doet vermoeden dat er sprake is van een vennootschap onder firma. De rechter heeft evenwel beslist dat het woordje 'firma' ook voor andere rechtsvormen mag worden gebruikt, nu het immers niets anders betekent dan 'naam' (HR 16 april 1982, NJ 1983, 309). De naam 'Ukkepuk v.o.f.' (kinderkleding), lijkt te wijzen in de richting van een vennootschap onder firma. Mogelijk is evenwel dat het bedrijf, dat voorheen onder deze naam werd gevoerd, thans een eenmanszaak vormt, omdat de oorspronkelijke vennoten haar hebben overgedragen aan één eigenaar, die krachtens art. 4 lid 3 Hnw bevoegd blijft de oude handelsnaam te voeren. Men zij hier dus voorzichtig met het trekken van conclusies .

Ook andersom geldt, dat een naam die in eerste instantie op een eenmanszaak wijst, evengoed een vennootschap onder firma kan zijn. Niet uitgesloten is bijvoorbeeld, dat 'Slager E.J.P. de Bruin' er een compagnon bij heeft gekregen, zonder dat dit tot een naamswijziging heeft geleid, of dat onder de naam 'Bakkerij De Gulden Krakeling' een vennootschap onder firma schuilgaat.

Ook ten aanzien van de vennootschap onder firma schrijft de wet niet voor dat de vennoten een woonplaats voor hun samenwerkingovereenkomst kiezen. Met treft zo'n vestigingsplaats of zetel daarom niet in iedere vennootschapsakte aan. Evenals bij de maatschap mag ook hier ingevolge art. 1:14 BW het kantoor van de vennootschap onder firma als woonplaats van alle gezamenlijke vennoten én van iedere individuele vennoot worden beschouwd, maar alleen ten aanzien van aangelegenheden de vennootschap betreffende. Iedere vennoot is derhalve terzake van vennootschapsaangelegenheden aldaar in juridische zin te bereiken. Daarnaast kan men voor het uitbrengen van rechtshandelingen en verklaringen steeds zijn toevlucht zoeken tot de persoonlijke woonplaats van de vennoot met wie men heeft gehandeld. Uiteraard is het mogelijk dat partijen bij overeenkomst een (afwijkende) woonplaats hebben afgesproken.



Handelen van de vennoten ten behoeve van de vennootschap onder firma

In tegenstelling tot bij de maatschap gaat de wet er bij de vennootschap onder firma van uit dat iedere vennoot, die daarvan niet is uitgesloten, bevoegd is om 'ten name van de vennootschap' (d.w.z. de gezamenlijke vennoten) te handelen, gelden uit te geven en te ontvangen en de 'vennootschap' aan derden, en derden aan de 'vennootschap' te verbinden (art. 17 lid 1 WvK). Algemene vertegenwoordigingsmacht voor alle vennoten staat dus voorop, maar deze kan in het vennootschapscontract of de beheersregeling worden beperkt of zelfs uitgesloten (art. 17 lid 2 WvK). De hier bedoelde contractuele beperkingen kunnen zowel zeer gedetailleerd als algemeen zijn. Dat hangt van de persoonlijke voorkeur der vennoten en van het karakter der bedrijfsactiviteiten af. Meestal komen de beperkingen erop neer dat de vennoten handelingen van een bepaalde aard of die een zeker bedrag te boven gaan, niet individueel, maar slechts tezamen met een of meer andere vennoten kunnen verrichten. Soms worden enkele vennoten geheel van iedere vertegenwoordigingsmacht uitgesloten. Voor zeer omvangrijke of ingrijpende overeenkomsten, zoals het kopen van onroerend goed of het aannemen van personeel, wordt als regel de handtekening van alle vennoten voorgeschreven.

De contractuele bevoegdheidsbeperkingen werken slechts voorzover zij aan derden kenbaar waren. Aan dit kenbaarheidsvereiste kan door de vennoten op eenvoudige wijze worden voldaan door de bevoegdheidsbeperking te doen inschrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel in welker rechtsgebied de vennootschap is gevestigd. Heeft een zodanige inschrijving plaatsgehad, dan kunnen de vennoten zich steeds op de bevoegdheidsbeperking beroepen, ongeacht of de derde daarvan in werkelijkheid op de hoogte was. Door raadpleging van het openbare handelsregister had hij de beperking immers kunnen kennen. Schrijven de vennoten de beperking van de vertegenwoordigingsmacht daarentegen niet in, dan kunnen zij hierop tegenover derden nimmer een beroep doen, behalve als zij erin slagen om op een andere manier aan te tonen dat de derde in werkelijkheid wel degelijk van de bevoegdheidsbeperking afwist, wat in de praktijk trouwens zelden of nooit zal lukken.

Naast de contractuele indamming van de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid, zoals die in beginsel uit de wet volgt, wordt de bevoegdheid der vennoten 'om namens de vennootschap' op te treden nog langs een andere weg beperkt. De zeer ruime mogelijkheid van een vennoot om de vennootschap - en daarmee al zijn medevennoten - te binden, vindt namelijk eveneens zijn begrenzing in de doelomschrijving van de vennootschap (art. 17 lid 2 WvK). Handelingen welke redelijkerwijs niet tot verwezenlijking van het vennootschapsdoel gedienstig kunnen zijn, kunnen niet door een vennoot ten name van de vennootschap worden aangegaan (behoudens voorzover de overige vennoten hem hiervoor een afzonderlijke volmacht hebben verleend). Ook hier geldt weer dat tegenover derden, die niet beter wisten, slechts een beroep op de doeloverschrijding kan worden gedaan wanneer het vennootschapsdoel als zodanig in het handelsregister stond ingeschreven. Is door een vennoot bevoegdelijk 'namens de vennootschap' - waaronder te begrijpen 'voor de vennootschap' of 'voor rekening van de vennootschap' - opgetreden, dan valt zowel de daaruit ontstane vordering als de daaruit ontstane schuld in het gemeenschappelijk vennootschapsvermogen. De vennoten hebben met andere woorden gezamenlijk één vorderingsrecht op de wederpartij verkregen en zijn - mede ingevolge art. 18 WvK - ieder hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk (zie voor dit laatste ook hierna). Is door een vennoot namens de vennootschap gehandeld, terwijl hij volgens de in het handelsregister gepubliceerde gegevens daartoe helemaal niet bevoegd was, dan kan de wederpartij alleen de handelende vennoot zelf, en niet diens medevennoten, gebonden houden. Nu de handelende vennoot de onbevoegd verrichte handeling mede ten behoeve van zichzelf is aangegaan, geldt ook hier weer dat hij als partij bij de rechtshandeling wordt betrokken en aldus voor het geheel mag worden aangesproken. Zijn wederpartij behoeft geen genoegen te nemen met een vorm van schadevergoeding in geld.

Ondanks het onbevoegde optreden van één der vennoten wordt de vennootschap toch gebonden door een in haar naam verrichte rechtshandeling, wanneer de vennoten deze rechtshandeling later bekrachtigen of alsnog daarin toetreden (art. 7A:1682 BW) of wanneer de gehele transactie per saldo voor de vennootschap voordelig blijkt te zijn (art 7A:1681 BW). Beide voorschriften, die reeds bij de maatschap zijn besproken, hebben in de praktijk echter weinig betekenis.

Een vennoot zal niet steeds ten behoeve van de vennootschap aan het maatschappelijk verkeer deelnemen. Iedere vennoot houdt er naast zijn zakelijk leven immers nog een privé-leven op na, waarin soms evenzeer zijn rechtsoptreden wordt verlangd. Men denke aan het geval dat de vennoot in zijn hoedanigheid als natuurlijke persoon een zeilboot koopt of een hypotheek op zijn huis vestigt. Dergelijke rechtshandelingen hebben in de regel niets met de vennootschap van doen en zullen daarom door de betrokkene gewoon onder zijn eigen naam worden verricht. Als een vennoot niet in naam van de vennootschap, maar in eigen naam handelt, is hij natuurlijk ook alleen zélf aan die rechtshandeling gebonden. Zijn medevennoten staan buiten de tot stand gebrachte rechtsverhouding en kunnen hierop niet worden aangesproken.

Niet altijd zal even duidelijk zijn of een vennoot nu 'namens de vennootschap' of 'in eigen naam' is opgetreden. Dat een vennoot 'namens', 'in naam van', 'voor' of 'voor rekening van' de vennootschap handelt, hoeft niet te blijken uit het feit dat hij uitdrukkelijk onder de gemeenschappelijke naam van de vennootschap is opgetreden. Een wederpartij kan in redelijkheid uit de omstandigheden hebben afgeleid dat voor de vennootschap werd gehandeld. In dat geval is zij bevoegd alle vennoten aan de rechtshandeling gebonden te houden en ieder van hen voor de daaruit voortvloeiende verbintenissen hoofdelijk aansprakelijk te stellen, uiteraard mits de handelende vennoot gezien de in het handelsregister gepubliceerde vertegenwoordigingsgegevens en doelomschrijving bevoegd was om de bewuste rechtshandeling in naam van de vennootschap aan te gaan. Was de handelende vennoot blijkens zijn in het handelsregister gepubliceerde vertegenwoordigingsbevoegdheid niet gerechtigd de handeling in naam van de vennootschap te verrichten, dan mogen de vennoten de onbevoegdheid in beginsel aan de wederpartij tegenwerpen, tenzij zij anderszins jegens haar de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid hebben gewekt.



Vertegenwoordiging van de vennootschap onder firma door een derde

De vennootschap, dat wil zeggen de gezamenlijke vennoten, kunnen zich ook door een derde, dus door een niet-vennoot, laten vertegenwoordigen. De gewone regels voor volmachtverlening zijn daarop van toepassing (zie bij de maatschap). Gevolmachtigden van de vennootschap onder firma met een algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid (bijv. procuratiehouders, filiaalchef) kunnen in het handelsregister worden ingeschreven. Maar ook daarbuiten kunnen gevolmachtigden voorkomen. Inschrijving in het handelsregister is dus geen voorwaarde om als vertegenwoordiger van de vennootschap onder firma te kunnen worden aangemerkt.



Aansprakelijkheid van de vennoten in een vennootschap onder firma

Evenals bij de maatschap moet ook bij de vennootschap onder firma een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds vennootschapsschulden en anderzijds de privé-schulden van de afzonderlijke vennoten.

Vennootschapsschulden zijn alle schulden die bevoegdelijk door één der vennoten 'namens de vennootschap' - d.w.z. 'namens de gezamenlijke vennoten' - zijn aangegaan of die weliswaar zonder een daartoe strekkende vertegenwoordigingsbevoegdheid 'in naam van de vennootschap' zijn aangegaan, maar de andere vennoten toch binden vanwege een bekrachtiging of latere toetreding als bedoeld in art. 7A:1682 BW of vanwege het feit dat de te goeder trouw zijnde wederpartij, die met een niet tot vertegenwoordiging bevoegde vennoot of gevolmachtigde heeft gehandeld, alsnog de bescherming van het recht ondervindt.

Privé-schulden van een vennoot zijn alle schulden die een vennoot 'in eigen naam' is aangegaan. Niet ter zake doet in beginsel of de schuld aan de vennootschap ten goede is gekomen, al kan uit het bedrijfsmatige karakter van de rechtshandeling soms worden afgeleid dat zij voor de vennootschap is aangegaan, hetgeen de schuld dan tot vennootschapsschuld bestempelt.

Iedere vennoot is naast de vennootschap onder firma hoofdelijk voor het geheel verbonden voor de in naam van de vennootschap aangegane verbintenissen (art. 18 WvK). Schuldeisers van de 'vennootschap' kunnen zich dus zowel verhalen op het gemeenschappelijk vennootschapsvermogen als op het privé-vermogen van de afzonderlijke vennoten. Het is in beginsel aan de vennootschapscrediteur zelf overgelaten om te bepalen welk vermogen hij het eerst aanspreekt. Van hem wordt niet verwacht dat hij eerst het vennootschapsvermogen uitwint om zich pas daarna, wanneer dit niet voldoende mocht zijn, op het privé-vermogen van de individuele vennoten te verhalen. Hij mag zich ook direct, en wel voor zijn gehele vordering en dus ter inning van de totale vennootschapsschuld, tot het privé-vermogen van één van de vennoten richten. De aangesproken vennoot moet dan maar zien dat hij het volgens de interne vennootschapsverhouding teveel betaalde deel van de vennootschapsschuld terugkrijgt van zijn medevennoten (regres). Dat wordt in art. 18 WvK bedoeld met de hoofdelijke verbondenheid der vennoten voor de gehele vennootschapsschuld.

De in art. 18 WvK vervatte aansprakelijkheidsregeling is onverkort op alle vennoten van toepassing, ongeacht de omvang van hun bevoegdheid om de vennootschap te vertegenwoordigen en ongeacht de omvang van hun deelgerechtigdheid in het vennootschapsvermogen of de winst. De vennoten zijn niet in staat de werking van dit voorschrift door andersluidende afspraken opzij te zetten. Hoofdelijke verbondenheid is volgens de wetgever juist een van de belangrijkste kenmerken van de vennootschap onder firma, zonder welke deze rechtsvorm niet kan bestaan. Wel kunnen de vennoten zonder beheersbevoegdheid - als commanditaire vennoot - hun aansprakelijkheid jegens derden beperken tot het door hen ingebrachte vermogen. In dat geval spreken we echter niet meer van een vennootschap onder firma, maar van een commanditaire vennootschap. Ook is het mogelijk dat de vennoten bij het aangaan van de schuld uitdrukkelijk met de wederpartij een andere dan hoofdelijke aansprakelijkheid zijn overeengekomen. De wederpartij die dit uitdrukkelijk heeft aanvaard, is daaraan dan uiteraard gebonden.

Voor de privé-schulden van een vennoot, dus de schulden die hij in zijn eigen naam is aangegaan, kan alleen de betrokken vennoot zelf, en niet de vennootschap, worden aangesproken. Schuldeisers met zulk een vordering noemt men, ter onderscheiding van de vennootschapscrediteuren, de privé-crediteuren van de desbetreffende vennoot.



Verhaalspositie van schuldeisers van een vennoot of vennootschap onder firma

In geval van een vennootschap onder firma moet een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de vennootschapscrediteuren van de vennootschap onder firma en anderzijds de privé-crediteuren van de afzonderlijke vennoten. De vennootschapscrediteuren kunnen zich direct, en bij voorrang op de privé-crediteuren, verhalen op het voor hen afgescheiden vennootsschapsvermogen (gemeenschappelijke goederen van de vennoten). Zij behoeven niet te wachten tot dit vennootschapsvermogen is verdeeld en aan de afzonderlijke vennoten is toegescheiden. Pas nadat zij hun vorderingen volledig hebben geïnd, wordt het restant van het afgescheiden vennootschapsvermogen tussen de verschillende vennoten verdeeld en aan deze in privé toegescheiden naar evenredigheid van de omvang van ieders aandeel volgens hun interne verhoudingen. Vervolgens kunnen de privé-crediteuren zich op de toegescheiden privé-goederen van hun schuldenaar verhalen. Men houde in de gaten, dat de privé-schuldeisers, evenals trouwens de vennootschapscrediteuren, zich van te voren wel op het overige privé-vermogen van hun schuldenaar hebben kunnen verhalen.

Meestal is het afgescheiden vennootschapsvermogen (gemeenschappelijke goederen der vennoten) niet toereikend om daaruit alle vennootschapsschulden te voldoen. Voor de privé-schuldeisers van de verschillende vennoten blijft er dan geen vennootschapsvermogen over waarop zij zich kunnen verhalen. Er wordt immers geen restant van het vennootschapsvermogen aan hen in privé toegescheiden. Sterker nog, de vennootschapscrediteuren zullen in dat geval ook het privé-vermogen van een of meer vennoten willen aanspreken, teneinde het niet betaalde gedeelte van hun vordering alsnog voldaan te krijgen. Bij dit verhaal op het privé-vermogen van de individuele vennoten nemen zij ten opzichte van de privé-crediteuren geen voorrangspositie in. Vennootschapscrediteuren en privé-schuldeisers staan bij het verhaal op het privé-vermogen van de vennoot in rangorde gelijk. Zij delen naar evenredigheid van de omvang van hun vordering. De vennootschapscrediteur geniet hier wel het voordeel dat hij bij iedere vennoot afzonderlijk zijn totale vordering kan inbrengen, aangezien iedere vennoot hoofdelijk voor de gehele schuld is verbonden, terwijl een privé-schuldeiser is aangewezen op het vermogen van zijn schuldenaar.

Behalve het gemeenschappelijke vennootschapsvermogen kan bij een vennootschap onder firma, voorzover het om een natuurlijke persoon gaat die als vennoot deelneemt. op de achtergrond ook het huwelijksvermogensrecht nog een rol spelen. Zie wat hieromtrent bij de maatschap is opgemerkt, nu het binnen het huwelijksvermogensrecht geen verschil maakt of een (aandeel in een) maatschap of vennootschap onder firma aan de orde is.



Externe informatie

De vennootschap onder firma is een samenwerkingsverband waarin onder gemeenschappelijke naam een bedrijf wordt uitgeoefend. Dientengevolge moeten zowel de vennootschap als de individuele vennoten in het handelsregister worden ingeschreven. Het register bevat uitsluitend gegevens die voor derden van belang kunnen zijn, zoals het doel en de duur van de vennootschap, de vertegenwoordigingsmacht van de vennoten, de handtekening en de paraaf van de tot tekening bevoegde vennoten, etc. Doorgaans treft men in het handelsregister geen informatie aan omtrent de interne verhouding tussen de vennoten, bijvoorbeeld omtrent ieders gerechtigdheid tot het vennootschapsvermogen of de winst of omtrent de interne draagplicht der vennootschapsschulden. In het handelsregister vindt men ook niet onder welk huwelijksgoederenregime de vennoten getrouwd zijn. Voor informatie hieromtrent zal men dus altijd bij het huwelijksgoederenregister te rade moeten gaan. Bij belangrijke transacties verdient dit laatste zeker aanbeveling, aangezien een schuldeiser van een vennoot zich slechts op het privé-huwelijksvermogen van zijn schuldenaar en op het totale gemeenschappelijke huwelijksvermogen van die schuldenaar en diens echtgenoot kan verhalen. Buiten zijn bereik blijven de privé-huwelijksgoederen van de echtgenoot van de vennoot.

Ieder die een bedrijf uitoefent, dus ook de gezamenlijke vennoten in een vennootschap onder firma, is verplicht van zijn vermogenstoestand en van alles wat zijn bedrijf betreft, aantekening te houden op zodanige wijze dat uit de gehouden aantekeningen te allen tijde zijn rechten (goederen) en verplichtingen (schulden) kunnen worden gekend. Hij is bovendien verplicht om binnen zes maanden na afsluiting van een boekjaar daarvan een balans op te maken en eigenhandig te ondertekenen. De boeken en bescheiden, waarin aantekening is gehouden, alsmede de balansen, de ontvangen telegrammen en afschriften van de uitgaande brieven en telegrammen moeten door hem tien jaar worden bewaard. De hier bedoelde bedrijfseconomische balans en winst- en verliesrekening van de vennootschap onder firma behoeven niet door een registeraccountant (RA) of accountant-administratieconsulent (AA) te zijn opgesteld (géén verplichte accountantscontrole voor de vennootschap onder firma en haar vennoten). Deze bescheiden behoeven bovendien niet bij de Kamer van Koophandel te worden gepubliceerd. Buitenstaanders kunnen derhalve geen directe inzage in deze boekhoudkundige gegevens van de vennootschap onder firma en haar vennoten verkrijgen.

Ook de vennoten in een vennootschap onder firma zijn ondernemer in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting en als zodanig verplicht een fiscale balans en winst- en verliesrekening op te maken. Aangezien deze fiscale bescheiden als regel veel uitgebreider zijn dan de hierboven bedoelde bedrijfseconomische balans en resultatenrekening, volstaan de meeste vennoten met de opmaak van slechts de fiscale boekhoudkundige stukken van de vennootschap onder firma. Tezamen met de vennootschapsovereenkomst kan daaruit dan de winst of het verlies van de afzonderlijke vennoten worden vastgesteld. Daarmee is voor eenieder vanzelf aan de civiele boekhoud- en balansplicht voldaan. Ook de fiscale balans en winst- en verliesrekening behoeven niet door een registeraccountant (RA) of accountant-administratieconsulent (AA) te worden opgesteld. Zij worden evenmin openbaargemaakt. Toch kunnen zij behulpzaam zijn bij het bepalen van de liquiditeit en solvabiliteit van de vennootschap onder firma en de afzonderlijke vennoten. Een derde die inzicht in de financiële positie van de vennootschap of haar vennoten wil verkrijgen, kan namelijk van deze overlegging van de fiscale boekhouding verlangen. Teneinde te kunnen controleren of de verstrekte fiscale gegevens overeenstemmen met de werkelijkheid, kan de derde bovendien inzage verlangen van de laatste (voorlopige of definitieve) belastingaanslag inkomstenbelasting welke aan de afzonderlijke vennoten of de vennoot in kwestie zijn opgelegd. Het is verstandig daarbij te eisen dat ook de originele aanslag zelf - en zo nodig het bankafschrift waaruit de betaling van die aanslag blijkt - worden getoond.