Commanditaire vennootschap

(externe verhouding der vennoten tot derden)



Naam van een commanditaire vennootschap

Een commanditaire vennootschap is een vennootschap onder firma, waarbij één of meer vennoten niet openlijk optreden. Deze 'stille' of commanditaire vennoten hebben uitsluitend een bepaald bedrag in de vennootschap ingebracht, maar laten de bedrijfsvoering voor het overige aan de beherende vennoten over. Kenmerkend voor de stille vennoten is dat zij enerzijds op grond van hun inbreng wel recht hebben op deelname in de winst, maar anderzijds niet voor de vennootschapsschulden aansprakelijk kunnen worden gesteld (behoudens dan voor het gedeelte van hun inbreng, dat zij bij een eventueel faillissement in de regel kwijt zijn).

De naam van een commanditaire vennootschap kan bestaan uit de geslachtsnaam van de beherende vennoten, uit een combinatie van hun geslachtsnamen of uit een fantasienaam. In geen geval mogen de namen van de stille vennoten in de naam van de commanditaire vennootschap worden gebezigd (art. 20 lid 1 WvK). Gebeurt dit toch, dan wordt de stille vennoot volledig (hoofdelijk) aansprakelijk voor de schulden van de commanditaire vennootschap (art. 21 WvK). Op het voormelde bestaat één uitzondering. Indien een beherende vennoot, wiens naam in de naam van de commanditaire vennootschap werd gebezigd, terugtreedt om als stille vennoot verder te gaan, mag zijn naam in de naam van de commanditaire vennootschap gehandhaafd blijven (art. 30 lid 2 WvK). Het is trouwens wel steeds toegestaan om middels de naam van de commanditaire vennootschap kenbaar te maken dat het bedrijf als zodanig in deze rechtsvorm wordt gedreven. Dit geschiedt dan meestal door de toevoeging van de afkorting C.V. of door de woorden 'en commandite'. Voorwaarde blijft ook hier dat de identiteit van de stille vennoten niet uit de gevoerde naam mag blijken.

Zowel in de vennootschap onder firma als in de commanditaire vennootschap wordt telkens een bedrijf uitgeoefend. De namen van beide rechtsvormen zijn derhalve eveneens onderworpen aan de bepalingen van de Handelsnaamwet. Dit is slechts anders voorzover deze vennootschappen niet onder hun eigen 'officiële' naam aan het rechtsverkeer deelnemen, maar daarvoor een aparte handelsnaam hanteren. In de praktijk komt dit echter zelden of nooit voor. Evenals bij de vennootschap onder firma geldt ook bij de commanditaire vennootschap dat men voor wat de rechtsvorm betreft niet met absolute zekerheid op de naar buiten gebrachte naam mag afgaan. Wil men meer zekerheid verkrijgen omtrent de rechtsbevoegdheid en de aansprakelijkheid van de vennoten, dan dient het handelsregister te worden geraadpleegd, waarin beide rechtsvormen moeten staan ingeschreven. Hetgeen eerder ten aanzien van de woonplaats van de vennootschap onder firma is opgemerkt, geldt mutatis mutandis voor de commanditaire vennootschap.



Handelen van de vennoten ten behoeve van de commanditaire vennootschap

Binnen de commanditaire vennootschap onderkennen we twee soorten vennoten. Aan de ene kant de beherende vennoten: zij zijn bevoegd om namens de commanditaire vennootschap op te treden en zij zijn hoofdelijk verbonden voor de in naam van de vennootschap aangegane verbintenissen. Aan de andere kant de commanditaire vennoten: zij mogen onder geen beding ten name of voor rekening van de commanditaire vennootschap handelen, zelfs niet uit kracht van een afzonderlijk verleende volmacht, en kunnen niet voor de vennootschapsschulden aansprakelijk worden gesteld.

Een commanditaire vennoot is dus in geen enkel opzicht bevoegd om namens de commanditaire vennootschap op te treden. Doet hij zich jegens derden toch als beherend vennoot of gevolmachtigde van de vennootschap voor, dan wordt hij hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van de commanditaire vennootschap (zie hierna). In principe zal de commanditaire vennootschap door dit onbevoegde optreden niet aan de wederpartij van de commanditaire vennoot worden verbonden. Dit is slechts anders voorzover de commanditaire vennootschap toerekenbare schijn kan worden verweten, - hetgeen, gezien de publicaties in het handelsregister, zelden het geval zal zijn - of de onbevoegd verrichte transactie per saldo voordelig voor de commanditaire vennootschap uitpakt, hetwelk in praktijk evenmin veelvuldig zal voorkomen. Slechts wanneer de commanditaire vennoot krachtens een volmacht van de commanditaire vennootschap is opgetreden, zal laatstgenoemde aan de in haar naam aangegane rechtshandeling zijn gebonden. Verwacht mag echter worden dat een commanditaire vennoot niet zo dom zal zijn om zich voor dit karretje te laten spannen. Ondanks de gebondenheid van de commanditaire vennootschap als zodanig - dus van alle vennoten tezamen - zal de stille vennoot zelf ingevolge art. 21 WvK hierdoor immers hoofdelijk jegens de wederpartij (en de overige schuldeisers van de C.V.) verbonden worden. Blijft nog de vraag over of de commanditaire vennoot zelf gebonden wordt aan een onbevoegd door hem in naam van de commanditaire vennootschap verrichte rechtshandeling. Deze vraag moet ontkennend worden beantwoord. De commanditaire vennoot wordt door de onbevoegd in naam van de commanditaire vennootschap verrichte rechtshandeling niet zelf als partij aan zijn wederpartij verbonden; hij wordt dan ook slechts schadeplichtig.

Bij het rechtsoptreden van de commanditaire vennootschap spelen dus uitsluitend de beherende vennoten een rol. Kent de commanditaire vennootschap twee of meer beherende vennoten, dan vormen deze tezamen - binnen de commanditaire vennootschap - een vennootschap onder firma (art. 19 lid 2 WvK). Dit houdt onder andere in dat wat eerder is opgemerkt over het rechtsoptreden van de vennoten in een v.o.f., ook op de beherende vennoten van toepassing is. De beherende vennoten worden derhalve verondersteld vertegenwoordigingsbevoegd te zijn, voorzover hun vertegenwoordigingsmacht niet blijkens de in het handelsregister gepubliceerde gegevens is beperkt of uitgesloten.

Kent de commanditaire vennootschap slechts één beherend vennoot, dan gaan de regels betreffende de vennootschap onder firma uiteraard niet meer op, maar dient aansluiting te worden gezocht bij de bepalingen die ook gelden voor de eigenaar van een éénmanszaak. De beherende vennoot is in beginsel bevoegd iedere rechtshandeling in naam van de commanditaire vennootschap aan te gaan, zolang deze maar strookt met het vennootschapsdoel. De commanditaire vennootschap wordt daarbij als zodanig gebonden, zij het dat dit in wezen nu niet verschilt van het geval dat de beherende vennoot in eigen naam zou zijn opgetreden. De stille vennoten zijn immers toch niet aansprakelijk.



Vertegenwoordiging van een commanditaire vennootschap door een derde

De commanditaire vennootschap kan zich door een derde, dus door een niet-vennoot, laten vertegenwoordigen. De gewone regels voor volmachtverlening zijn daarop van toepassing (zie bij maatschap). Gevolmachtigden van de commanditaire vennootschap met aan algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid mogen in het handelsregister worden ingeschreven. Maar ook daarbuiten kunnen gevolmachtigden voorkomen. Inschrijving in het handelsregister is dus geen voorwaarde om als vertegenwoordiger van de commanditaire vennootschap te kunnen optreden. De volmacht aan een derde kan in beginsel slechts door een daartoe bevoegde beherend vennoot worden verleend. De commanditaire vennoot is deze bevoegdheid als regel ontnomen. Er zij nogmaals aan herinnerd dat het een commanditaire vennoot ook niet is toegestaan om krachtens een afzonderlijke volmacht namens de commanditaire vennootschap - dus namens de gezamenlijke vennoten - op te treden. Hij dient in dit opzicht geheel buiten beeld te blijven.



Aansprakelijkheid van de (beherend) vennoten in een commanditaire vennootschap

De beherend vennoot of beherende vennoten zijn hoofdelijk verbonden voor de in naam van de commanditaire vennootschap verrichte rechtshandelingen. Zij kunnen derhalve direct door de vennootschapscrediteuren voor de gehele vennootschapsschuld worden aangesproken. Deze dienen zich voor hun verhaal niet eerst tot de commanditaire vennootschap of de overige beherende vennoten te wenden. De stille vennoten blijven natuurlijk sowieso buiten schot.

Iedere beherende vennoot is hoofdelijk aansprakelijk voor alle vennootschapsschulden, ongeacht de omvang van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid en ongeacht zijn gerechtigdheid tot het vennootschapsvermogen of de winst. Het is niet geoorloofd hiervoor een andersluidende afspraak in de plaats te stellen. Uiteraard is het toegestaan dat een beherende vennoot na verloop van tijd de positie van commanditaire vennoot gaat bekleden, hetgeen dan wel in het handelsregister tot uitdrukking moet worden gebracht. In dat geval vervalt zijn vertegenwoordigingsmacht. Niettemin blijft hij hoofdelijk aansprakelijk voor die vennootschapsschulden die zijn aangegaan in de periode dat hij nog beherend vennoot was. De omzetting heft slechts zijn hoofdelijke verbondenheid voor de toekomst op.

Een stille (commanditaire) vennoot is niet jegens derden aansprakelijk voor de verbintenissen der vennootschap. Hij draagt niet verder in de schulden bij dan ten belope der gelden, welke hij in de vennootschap heeft ingebracht of heeft moeten inbrengen, zonder dat hij tot teruggave van de inmiddels genoten winsten is verplicht (art. 20 lid 3 WvK). Om iedere schijn van (hoofdelijke) aansprakelijkheid te vermijden is het de stille vennoot niet toegestaan om voor de vennootschap extern werkende rechtshandelingen te verrichten (art. 20 lid 2 WvK). Doet hij dat toch, dan leidt dit tot hoofdelijke aansprakelijkheid jegens derden voor alle verbintenissen der vennootschap, als ware hij beherend vennoot (art. 21 WvK).

Blijkens de rechtspraak moet art. 21 WvK zeer strikt worden toegepast. Niet alleen degene tegenover wie de commanditaire vennoot zich als beherend vennoot heeft gedragen, kan hem op grond daarvan hoofdelijk voor het geheel aanspreken, maar ook alle andere schuldeisers. Daarbij doet niet ter zake of hun vordering is ontstaan vóór of na het moment dat de stille vennoot in strijd met art. 21 WvK heeft gehandeld. Evenmin is voor de werking van art. 21 WvK van belang of de schuldeisers (derde) te goeder trouw waren: de hoofdelijke verbondenheid geldt ook tegenover derden te kwader trouw die wisten dat de handelende persoon een stille vennoot was.

Eenzelfde sanctie - hoofdelijke verbondenheid - is gesteld op overtreding van het in art. 20 lid 1 WvK vervatte verbod: behoudens de uitzondering van art. 30 lid 2 WvK, mag de naam van de stille vennoot niet in de naam van de commanditaire vennootschap worden gebezigd. Komt zijn naam toch in de gemeenschappelijke naam van de vennootschap voor, dan wordt hij tegenover derden wederom hoofdelijk aansprakelijk voor alle bestaande en toekomstige vennootschapsschulden.



Verhaalspositie van schuldeisers van een vennoot of de commanditaire vennootschap

Ter beoordeling van de verhaalspositie van de schuldeisers van een commanditaire vennootschap is het van belang te onderkennen dat het vennootschapsvermogen, dat als zodanig door de behrende en stille vennoten is ingebracht, een afgescheiden vermogen vormt, waarop de vennootschapscrediteuren zich bij voorrang op mogen verhalen. Dit afgescheiden vermogen omvat niet alleen de door de beherende vennoten ingebrachte goederen, maar eveneens hetgeen de stille vennoten destijds ten behoeve van de vennootschap hebben ingebracht en de winstaandelen die zij niet uit het vennootschapsvermogen hebben gehaald. Het omvat dus het gemeenschappelijk vermogen dat ten behoeve van de bedrijfsuitoefening door de beherende en stille vennoten bijeen is gevoegd.

Is het afgescheiden vermogen van de commanditaire vennootschap niet toereikend om alle vennootschapsschulden daaruit te voldoen, dan zijn de vennootschapscrediteuren gerechtigd het nog openstaande deel van hun vordering op het privé-vermogen van de beherende vennoten te verhalen. Daarbij nemen zij een gelijke positie in als de privé-crediteuren van de desbetreffende beherende vennoten. Bij het verhaal op het privé-vermogen van één der beherende vennoten staan de vennootschaps- en privé-crediteuren dus in rangorde gelijk. Het privé-vermogen van de stille vennoten komt in geen geval voor uitwinning ten behoeve van de vennootschapscrediteuren in aanmerking.

De Hoge Raad heeft lange tijd ontkent dat een commanditaire vennootschap met slechts één beherend vennoot eveneens een afgescheiden vermogen heeft, wat met zich meebracht dat vennootschapsvorderingen tot het vermogen van de beherend vennoot behoorden en dat deze eventuele vorderingen van de commanditaire vennootschap, ook nadat deze was ontbonden, zelf kon instellen. In het arrest HR 14 maart 2003, Hovuma/Spreeuwenberg (NJ 2003, 327, RvdW 2003, 49 en JOL 2003, 153) is de Hoge Raad omgegaan en heeft hij uitdrukkelijk erkend dat ook een commanditaire vennootschap met slechts één beherend vennoot een afgescheiden vermogen kent dat in eerste instantie exclusief beschikbaar is voor het verhaal van de vennootschapscrediteuren.

Vaak nemen één of meer besloten vennootschappen als beherende vennoten deel aan de commanditaire vennootschap. Het is zonder meer geoorloofd dat de bestuurder / grootaandeelhouder van die B.V. in zijn hoedanigheid van natuurlijke persoon als stille vennoot bij dezelfde commanditaire vennootschap is betrokken. Binnen deze driehoeksverhouding (C.V. - B.V. - DGA) zijn allerlei geoorloofde constructies denkbaar, hoewel onenigheid bestaat over de vraag of (de directeur van) een stille vennoot ook als bestuurder van de beherend-vennoot-BV mag optreden. Theoretisch, het gaat hierbij immers telkens om andere personen, lijkt niets daaraan in de weg te staan. Bij de BV-CV-constructie is het niet de beherend-vennoot-BV die als overkoepelend orgaan het bedrijf voert, maar de commanditaire vennootschap. De beherend-vennoot-BV gaat de rechtshandelingen, voorzover deze tenminste het bedrijf als zodanig betreffen, in principe dan ook in naam van de commanditaire vennootschap aan. Tot op heden worden de verschillende deelnemers, ofschoon zij onderling wel met elkaar te maken hebben, nog steeds als afzonderlijke personen gezien.



Externe informatie omtrent de commanditaire vennootschap

Evenals voor de vennootschap onder firma is voor de commanditaire vennootschap kenmerkend dat daarin een bedrijf wordt uitgeoefend. Dit heeft tot gevolg dat deze rechtsvorm in het handelsregister moet worden ingeschreven. Derden kunnen voor informatie omtrent de commanditaire vennootschap, zoals voor gegevens omtrent het aantal beherende vennoten, hun naam, adres, aard en vertegenwoordigingsmacht, terecht bij dit door de Kamer van Koophandel gehouden register. Het handelsregister bevat ook enige informatie over de stille (of commanditaire) vennoten. Niettemin zal men de naam en het adres van deze 'stille' vennoten niet in dit register aantreffen. De wet schrijft slechts opgave voor van het aantal, de nationaliteit en het woonland der commanditaire vennoten, alsmede van het totale bedrag der gelden en de totale waarde der goederen die zij gezamenlijk hebben ingebracht.

Ieder die een bedrijf uitoefent, dus ook de commanditaire vennootschap, is verplicht van zijn vermogenstoestand en van alles wat zijn bedrijf betreft, aantekening te houden op zodanige wijze, dat uit de gehouden aantekeningen te allen tijde zijn rechten (goederen) en verplichtingen (schulden) kunnen worden gekend. Hij is bovendien verplicht om binnen zes maanden na afsluiting van een boekjaar, daarvan een balans op te maken en eigenhandig te ondertekenen. De hier bedoelde bedrijfseconomische balans en winst- en verliesrekening van de commanditaire vennootschap behoeven niet door een registeraccountant (RA) of accountant-administratieconsulent (AA) te zijn opgesteld (géén verplichte accountantscontrole voor de commanditaire vennootschap en haar beherende vennoten). Deze bescheiden behoeven bovendien niet bij de Kamer van Koophandel te worden gepubliceerd. Buitenstaanders kunnen derhalve geen directe inzage in deze boekhoudkundige gegevens van de vennootschap onder firma en haar vennoten verkrijgen.

Ook de beherende en commanditaire vennoten in een commanditaire vennootschap zijn ondernemer in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting en als zodanig verplicht een fiscale balans en winst- en verliesrekening op te maken. Aangezien deze fiscale bescheiden als regel veel uitgebreider zijn dan de hierboven bedoelde bedrijfseconomische balans en resultatenrekening, volstaan de meeste vennoten met de opmaak van slechts de fiscale boekhoudkundige stukken van de commanditaire vennootschap als zodanig. Tezamen met de vennootschapsovereenkomst kan daaruit dan de winst of het verlies van de afzonderlijke beherende en commanditaire vennoten worden vastgesteld. Daarmee is voor een ieder vanzelf aan de civiele boekhoud- en balansplicht voldaan. Ook de fiscale balans en winst- en verliesrekening behoeven niet door een registeraccountant (RA) of accountant-administratieconsulent (AA) te worden opgesteld. Zij worden evenmin openbaar gemaakt. Toch kunnen zij behulpzaam zijn bij het bepalen van de liquiditeit en solvabiliteit van de vennootschap onder firma en de afzonderlijke beherende vennoten. Een derde die inzicht in de financiële positie van de commanditaire vennootschap of haar beherende vennoten wil verkrijgen, kan namelijk van deze overlegging van de fiscale boekhouding verlangen. Teneinde te kunnen controleren of de verstrekte fiscale gegevens overeenstemmen met de werkelijkheid, kan de derde bovendien inzage verlangen van de laatste (voorlopige of definitieve) belastingaanslag inkomstenbelasting welke aan de afzonderlijke beherende vennoten (vennootschapscrediteuren) of de beherende vennoot in kwestie (privé-schuldeiser) zijn opgelegd. Het is verstandig daarbij te eisen dat ook de originele aanslag zelf - en zo nodig het bankafschrift waaruit de betaling van die aanslag blijkt - worden getoond.

Aangezien naar buiten toe de identiteit van de stille vennoten niet mag blijken, verdient het aanbeveling deze ook niet in de bedrijfseconomische of fiscale balans en winst- en verliesrekening te vermelden. Men kan ze met een letter aanduiden, waarna in onderling overleg middels de vennootschapsovereenkomst, alwaar iedere stille vennoot wel met naam en toenaam mag worden genoemd, eventueel gevolgd door een corresponderende eigen letter, de winst of het verlies kan worden berekend en uitgekeerd. Ten opzichte van de fiscus mogen de stille vennoten hun identiteit uiteraard wel prijsgeven. Sterker nog, dat is zelfs verplicht. In de nieuwe belastingswet worden stille vennoten niet meer als 'ondernemer' aangemerkt, zelfs niet als zij gerechtigd zijn tot de stille reserves en goodwill van de onderneming en aanspraak hebben op een aandeel in de winst. Wel genieten zij als 'medegerechtigden' inkomsten die belast zijn in Box I en mogen zij onder omstandigheden gebruikmaken van de zogenaamde doorschuifmogelijkheden bij het staken van hun deelname aan de commanditaire vennootschap.