Huur

 

Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij (verhuurder) zich verbindt om gedurende een zekere tijd een bepaald goed aan een andere partij (huurder) in gebruik te geven, voor welk gebruik die andere partij een bepaalde tegenprestatie betaalt (meestal periodiek een geldsom). Afhankelijk van de aard van het goed dat wordt verhuurd, onderscheidt de wet verschillende huurregels. Daarom is het van het grootste belang een onderscheid te maken tussen de huur en verhuur van:

  • woningen
  • detailhandelsruimte (aangeduid in de wet als 'bedrijfsruimte')
  • overige bedrijfsruimte en kantoren (in de wet slechts aangeduid als 'gebouwde onroerende zaken in de zin van art. 7:230a')

Zelfs voor een leek is het niet moeilijk om uit te maken of de verhuurde zaak een woning is of een bedrijfsruimte. Moeilijker is het echter om de bedrijfsruimten te onderscheiden in detailhandelsruimten enerzijds en (overig) bedrijfsruimten en kantoren anderzijds. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de wet detailhandelsruimten steevast aanduidt als 'bedrijfsruimten'. De term 'overige bedrijfsruimten en kantoren' komt niet in de wet voor. Daarvoor wordt de term 'gebouwde onroerende zaken in de zin van artikel 7:230a' gebezigd.

Onder detailhandelsruimte ('bedrijfsruimte' in de zin der wet) wordt ingevolge art. 7:290 lid 2 BW verstaan:

  1. een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, die krachtens overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf (winkel, kledingzaak, slagerij, groentezaak e.d.), van een restaurant- of cafébedrijf, van een afhaal- of besteldienst of van een ambachtsbedrijf, een en ander indien in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is;
  2. een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan die krachtens zulk een overeenkomst bestemd is voor de uitoefening van een hotelbedrijf;
  3. een onroerende zaak die krachtens zulk een overeenkomst is bestemd voor de uitoefening van een kampeerbedrijf.

Telkens wordt tot de bedrijfsruimte ook gerekend de onroerende aanhorigheden, de bij het een en ander behorende grond en de, mede gelet op de bestemming van die bedrijfsruimte, afhankelijke woning.

Voldoet een gebouwde onroerende zaak niet aan deze omschrijving, maar wordt zij wel door een bedrijfsmatige inrichting gekenmerkt, dan is er sprake van 'overige bedrijfsruimte of kantoor' (gebouwde onroerende zaken in de zin van art. 7:230a).

Klik op één van de genoemde hyperlinks in het linkermenu voor een toelichting op de huurregels die voor het desbetreffende goed gelden.